Redding door het geloof (n.a.v. Handelingen 16:16-34)

Categorieën: 

Voor de toerustingsavond die belegd werd door de evangelisatiecommissie van onze gemeente mocht ik n.a.v. het thema 'redding door het geloof' wat lijnen trekken vanuit de bijbel. De tekst van mijn 'meditatie' is hieronder weergegeven:

Graag wil ik met jullie kort nadenken over het begrip redding aan de hand van wat de bijbel, en onder andere het zojuist gelezen gedeelte hierover zegt. Ik wil dat vooral heel praktisch doen en moet u eerlijk bekennen dat het stuk voor mezelf ook een persoonlijke overdenking is geworden waarvan ik u graag deelgenoot maak.

Gered:
Hebt u wel eens iemand ontmoet die in zijn of haar leven gered is? Uit een brandend huis, uit het water? Een tijdje geleden ontmoete ik zo'n persoon, gewoon bij me in de straat. Diep verdrietig was hij. 20 jaar had hij met zijn maat bij de brandweer in Amerika gewerkt. Door een val in een huis raakte hij deels gehandicapt, maar overleefde doordat zijn maat hem met gevaar voor eigen leven het brandende huis uit sleurde. Uiteindelijk kwam hij na veel omzwervingen in Nederland terecht.
Waarom hij zo verdrietig was? Zijn maat was als gevolg van een ongelukt tijdens het werk overleden. Zijn redder, aan wie hij zijn leven te danken had, was hem toch nog voorgegaan. Het trof mij als beeld van de liefdevolle redding die Christus voor zondaars over had en heeft. Laten we dit allereerst voor ogen houden: Een redding heeft grote impact op je leven, en geeft grote dankbaarheid naar de redder. Stond ik daar maar iets vaker bij stil...

Hebt u wel eens iemand ontmoet die half gered was? Redding is in het dagelijks leven geen twijfelgeval: Iemand komt na een duik in een sloot wel, of niet terug op de kant. Een halve redding bestaat niet. Een misschientje is niet genoeg: Misschien gered is immers niet gered? Gered: Dat heeft iets definitiefs.
Maar hoeveel mensen zijn er niet in deze wereld die helemaal niet weten dat ze moeten worden gered? En waarvan moeten ze dan eigenlijk worden gered? En juist hier komt het zo dichtbij. Ik denk weer aan mijn straatgenoot. Zoveel ellende heeft hij in zijn tijd bij het leger en de brandweer gezien, dat hij niet meer gelooft in een god. Als ik iets vertel over mijn redding, vindt hij dat prachtig voor me, maar niet meer dan dat. En wat moet ik daar dan mee?...

Ik weet niet hoe het bij u is als u iemand over de Heere Jezus vertelt, iets deelt van de hoop die in u is, maar ik stuit daarin elke keer weer op mijn ongeduld. Wat verlang ik ernaar dat de persoon tegenover mij met grote of kleine woorden kan getuigen van zijn of haar redding, van het geloof in de Heere Jezus. De bijbel leert ons in veel gevallen echter iets anders.
Ik denk aan Lydia: De Heere opende haar hart... maar er staat niet hoeveel tijd dat koste en hoeveel jaren van onrust en onzekerheid daar misschien al aan vooraf zijn gegaan. Hoe lang duurde het niet voor Jacob tot volledige overgave kwam in Pniël? En Paulus? Hoe lang was de Geest al in zijn hart werkzaam voor hij op de weg naar Damaskus gearresteerd werd? Later zou hij zelf zeggen in 1 Timotheüs 1:12-13:
12 En ik dank Hem Die mij kracht gegeven heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij trouw geacht heeft, toen Hij mij een plaats gaf in de bediening, 13 mij, die vroeger een godslasteraar was, een vervolger en een verdrukker. Maar mij is barmhartigheid bewezen, omdat ik het in onwetendheid gedaan heb, in ongeloof.

Er kan dus ook een tijd zijn dat iemand nog niet kan zeggen: 'ik ben gered.' Terwijl God al lang in het hart van die persoon bezig was. Laten we dat met elkaar ook in dit nieuwe seizoen voor ogen houden: Wij kunnen wel spreken over redding, maar niet voor iemand bepalen of hij of zij gered is en al helemaal niet zelf redden. De redding mogen en moeten we aan de Heere Jezus overlaten, aan de Heilige Geest die met onnavolgbare veelkleurigheid Zijn heilig werk doet.

En dan naar de cipier:
Hij riep het uit: 'wat moet ik doen om zalig te worden?' Hij was zich, om het zo maar eens te zeggen, bewust van de noodzaak tot bekering, de noodzaak om gered te worden. Maar zou dat nu echt alleen maar gekomen zijn door die aardbeving middenin de nacht? Of is er meer, iets anders geweest?

Er werd hem geboden paulus en Silas zorgvuldig te bewaken. En tijdens dat hele proces moet de beste man iets gezien hebben wat hem jaloers heeft gemaakt. Geen scheldende gevangene omdat-ie zoveel pijn had, maar... Ja wat eigenlijk. Mediteer daar de komende dagen nog eens even over door? Was er berusting bij Paulus en Silas, geen tegenstribbelen? Was het misschien vriendelijkheid? Of ging het nog een stukje verder, die diepe vreugde in hun hart waarvan eerder in Handelingen geschreven staat: vanwege het lijden om Christus? Waardoor ze als het ware licht gaven? En wat heeft dat u en mij te zeggen?

In ieder geval weten we dat Paulus en Silas 's nachts baden en zongen. Wat ben ik daar jaloers op. En is dat niet de sleutel die de stromen van zegen opent? God troont toch op de lofzangen van Israël? Zingen is 2 keer bidden, dus eigenlijk een drievoudig gebed. Hoe staat het eigenlijk met mijn gebed voor hen die om me heen staan, op mijn pad worden gebracht?

En op dat gebed kon een antwoord en krachtig werk van God niet uitblijven: Er kwam een aardbeving en de deuren van de gevangenis gingen open. Hoe heerlijk moeten Paulus en Silas hier ervaren hebben dat God een God van antwoorden en wonderen is! Maar,... wat een klap voor die cipier.
Hij voelde terdege zijn nood, Alle gevangenen weg: Dat zou hem en zijn gezin het leven kosten. Dan maar liever snel zelf een einde eraan gemaakt...

Maar Paulus roept het hem in alle vriendelijkheid toe: 'Doe dat toch niet!' Uiteindelijk staan ze buiten en vraagt de cipier: 'Wat moet ik doen om zalig te worden?' Zou dat nu echt alleen maar uit angst zijn geweest voor het oordeel van God of mensen? Of realiseerde hij dat hij nu echt op de puinhopen van zijn leven stond, alles kwijt? Werd hem niet juist in dit hele gebeuren opnieuw duidelijk welk een innerlijke rust en vrede Paulus en Silas kenden? Hoeveel redding waard was?
Zalig...: Hij had wel in de gaten dat Paulus en Silas een ongekend geluk, een ongekende vreugde bezaten. Echt gered! En dat wekte een verlangen bij hem op.

En dan de uitspraak van Paulus in vers31: Er staat... geloof in de Heere Jezus..... En u zult zalig worden. Er staat niet... En u zult direct kunnen vertellen hoe God in u begon te werken en wanneer u tot overgave aan de Heere Jezus kwam. Zoiets als een sterk verhaal over een nog sterkere redding.
U zult zalig worden: Een belofte van God Zelf. Niet: U zult binnen een uur, een maand of half jaar zalig worden, maar u zult zalig worden. Wat ligt hierin een belofte: God gebruikt ons, we mogen de mensen die op ons pad komen bij Hem brengen, want zalig maken is Zijn liefste werk! Op grond van het werk van de Zaligmaker zei Paulus het vrijmoedig: Geloof in de Heere Jezus en u zult zalig worden. Zoals hij er later ook aan Titus over schrijft: Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen.

Wat ligt hierin in de tweede plaats een grote les: De les van ontspanning, de les van loslaten. Paulus hoeft namelijk niet zalig te maken. Ik vind het een heerlijke, maar ook ontzettend moeilijke les. Dan moet ik er namelijk weer tussenuit! Terwijl ik zo graag wil bewijzen hoe goed het leven met God is, terwijl ik er zo graag over wil vertellen. En dat mag ook, maar wel in de wetenschap dat Hij het is die harten verandert.

En weet u dat er staat: U en uw huisgenoten... Want Gods werk gaat oneindig veel verder dan wij met onze beperkte menselijke maat kunnen vermoeden!

Ontspanning: Mag ik daar ook nog even met u over nadenken? Ik hoorde iemand eens zeggen: 'God duwt je niets door je strot.' Een beetje plat misschien, maar denkt u voor uzelf eens na hoeveel waarheid erin zit. Maar als God dat, met eerbied gesproken niet doet, doe ik het dan ook niet? Is mijn adem lang genoeg, houd ik mijn honger naar resultaat in bedwang?

En wat als mensen helemaal geen interesse hebben in redding? Hetgeen ik vertel bot afwijzen? Ik heb even over deze vraag nagedacht en kwam uiteindelijk terecht op 3 bijbelteksten:
Allereerst spreuken 14:25a:
Een betrouwbare getuige is een redder van levens

Wat drukt dit ene zinnetje mij met mijn neus op de feiten: Mensen moeten daadwerkelijk horen waarvan ze gered moeten worden. Dus vertel ik over een lieve God die mijn tranen droogt en bij wie ik bij wijze van spreken op schoot kan gaan zitten? Dat is een lief evangelie wat iedereen op het eerste gezicht wel aanspreekt. Maar is het betrouwbaar, is het eerlijk of misschien toch een halve waarheid die erger is dan een hele leugen?
Of vertel ik over een heilig God die door uw en mijn botte en zelfzuchtige afwijzing niets anders kon dan het liefste wat Hij had naar deze wereld sturen? Ben ik een betrouwbare getuige van mijn koning, mijn schepper, mijn Heiland?

In Zacharia 4:6 staat:
Niet door kracht
en niet door geweld,
maar door Mijn Geest,
zegt de HEERE van de legermachten.

We mogen het hebben van de Geest, er zelf helemaal tussenuit. Welk een vreugde: Dan hangt het niet af van onze inspanning, maar van Zijn Geest die ver werkt boven ons bidden en denken!

De Heere Jezus geeft zijn discipelen ook nog een advies voor het geval mensen echt onze boodschap niet willen horen, namelijk in Mattheüs 10:14:
En als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik best een beetje schrok van deze tekst, want het kwam op mij eigenlijk wat bot over. Maar deze woorden worden door de Heiland Zelf gesproken, Hij wiens woorden in liefde gedrenkt waren, in pure bewogenheid. En dan onderstreept de Heere Jezus eigenlijk wat in bovengenoemd gedeelte wordt aangegeven: U bent een instrument, maar de vrucht is niet van u afhankelijk, dus komt de boodschap niet aan, dan mag u er tussenuit en het biddend in de Handen leggen van de Almachtige.

Nog 2 korte opmerkingen:
Paulus zat samen met Silas in de gevangenis. Ik heb me afgevraagd of Paulus ook zou hebben gezongen als hij alleen in de gevangenis zat? Zoals Paulus en Silas er elkaar doorheen hebben gesleept, elkaar hebben bemoedigd, zo hebben ook wij elkaar in dit nieuwe seizoen nodig. Om elkaar op te bouwen, te wijzen op Gods beloften en herkenning en gemeenschap te ervaren. Om elkaar op te wekken om uit te zien naar de dag van Christus wederkomst. Heere, hoe lang nog voor u terugkomt? Maakt juist dat gebed en die wetenschap ons niet wakker, gunnend naar mensen om ons heen?

U zegt misschien: Maar ik mis dat geloof, of ik worstel zelf nog zo vaak met die zekerheid, is het nu bij mij wel echt, ben ik zelf gered? Mijn geloofsleven staat zo vaak op losse schroeven, het wordt zo bestreden, ik twijfel zo ontzettend vaak... Wat moet ik dan tegen mensen zeggen als mijn hart er niet in mee komt?
Ik draai uw en mijn vraag om: Probeert u maar eens 5 minuten over de zondaarsliefde van de Heere Jezus te spreken zonder dat uw ogen gaan glimmen, u begint te stralen. Want Zijn genade is zo ontzettend onverdiend, zo'n levensgrote redding: 'Uit genade bent u zalig geworden' zegt Paulus in Efeze2.
En dan komen we er met elkaar steeds opnieuw achter: Het is Zijn werk, het zijn Zijn beloften, het is het amazing grace waarvan u en ik elke keer opnieuw van mijn stoel vallen. Wij hoeven het niet zelf te doen, maar mogen instrument zijn in Zijn almachtige Handen. Eer aan Hem voor Zijn onuitsprekelijke gave!

Reactie toevoegen